Maak hier uw keuze:
Beheer : Korte uitleg over het verband tussen onderhoud en beheer
Algemeen over dieren in de tuin : Voorwaarden scheppen voor dierenleven
Vogels : Meer over vogels, inclusief lijstje met geschikte beplantingen (naar een andere pagina)
Vlinders : Meer over vlinders, ook met geschikte beplantingen  (naar een andere pagina)
Natuurlijke successie :

laatst bijgewerkt op 19-01-17   

 

Beheer

Bij het ontwerp is al een idee omschreven of besproken hoe de tuin er na verloop van een aantal jaren uit moet gaan zien. Om dit beeld te realiseren kun je een aantal daarvoor noodzakelijke handelingen vastleggen in een beheersplan. Voor een kleine tuin is dit misschien iets minder van belang, voor een tuin met iets meer body kan een dergelijk plan een goede handleiding zijn bij het vaststellen en uitvoeren van het - jaarlijks - onderhoud. Er wordt bijvoorbeeld een ligusterhaag aangeplant met de bedoeling om die haag een uiteindelijke hoogte van 2,00 meter te laten bereiken. Een goede haag heeft een dichte vertakking. Dit betekent dat de haag vaak geschoren moet worden. Het kan dus niet de bedoeling zijn de voorgenomen hoogte in 2 of 3 jaar te bereiken. Er ontstaat dan een slappe haag. Het beheersplan geeft in dat geval aan de haag 3 maal per jaar te scheren, bij voorspoedige groei zelfs wel 4 maal. Bij zo'n scheerbeurt wordt dan ongeveer de helft van de op het scheermoment aangegroeide twijglengte afgeschoren. De haag zal hierop reageren door weer opnieuw uit te lopen met meerdere twijgen vanaf de plek waar geschoren is. Dat is de manier om een stevige dichtvertakte haag te vormen. Enig geduld is hierbij wel vereist.

 

Een ander voorbeeld is het in het beheersplan vastleggen dat ongewenste kruiden zonder gebruik van chemische middelen worden bestreden. Dat houdt voor het onderhoud in dat er in de eerste jaren meer gewied moet worden. Daarnaast is het gebruik van meer bodembedekkende en daarmee onkruidwerende beplanting aan te bevelen om onkruidgroei tegen te gaan.

In het beheersplan wordt dus aangegeven hoe een bepaald doel of beeld te bereiken. Aan de hand hiervan wordt dan het onderhoudsplan vastgesteld. Dit geldt voor de conventionele siertuin, en ook voor de natuurlijke tuin. Sommige handelingen moet je uitvoeren, en andere juist niet om een bepaald vooraf gesteld doel te bereiken.

terug naar boven               

 


 

Dieren in uw tuin

Wanneer u graag wat leven in de tuin ziet in de vorm van allerlei dieren als vogels, vlinders, kikkers, salamanders, insekten, enz. is het zaak om hier al bij het ontwerp rekening mee te houden. Allerlei kleine hoekjes waarin zich insekten kunnen vestigen kunnen in de tuin ingebouwd worden. Hoogteverschillen kunnen eenvoudig gemaakt worden met behulp van stapelmuurtjes. Gebruik hiervoor oude metselstenen of dakpannen. Omdat deze materialen poreus en zacht zijn, houden ze relatief veel vocht vast, en er breken onder invloed van weersomstandigheden makkelijk stukjes af waardoor er op termijn allerlei kieren en gaatjes ontstaan. Deze omstandigheden zijn voor allerlei insekten ideaal. Ook vestigen zich op zulke materialen spontaan planten. Onderaan zo'n muurtje is het ook vaak wat vochtiger en ook daar profiteren een aantal beestjes en planten van. Een composthoop en bundels snoeihout zijn een prachtige schuilplaats voor een aantal insekten en kleine zoogdieren.

 

Met het in de tuin aanbrengen van bovenstaande voorzieningen schep je voorwaarden die nodig zijn voor hun huisvesting. Insekteneters als vogels en kikkers hebben snel door dat er wat te halen valt en komen dan vanzelf ook de tuin in. Daarnaast is het belangrijk dat er bij het beplantingsplan rekening gehouden wordt met de aanplant van (liefst) inheemse gewassen die voor vogels en vlinders en bijen aantrekkelijk zijn als voedselbron, en die ook nestgelegenheid en schuilplaats bieden. Wanneer er in de tuin dan tenslotte ook nog een vorm van watervoorziening is zoals bijvoorbeeld een (kleine) vijver, waar ook weer een groot aantal insekten op af komt, dan heb je in grote lijnen de voorwaarden voor een rijk dierenleven op een rijtje. Ten overvloede nog maar eens: Laat vergif in de winkel liggen!

klaproosmethommel.JPG (4404 bytes)

terug naar boven


 

Natuurlijke Successie

In de ontwikkeling van natuurlijk groen zijn een aantal stadia waar te nemen. Gesproken wordt van natuurlijke successie. Een proces waar veel over te vertellen valt.

Natuurlijke ontwikkeling, beginnend op een kaal terrein, zal in de loop van de jaren een aantal fasen doormaken. Voor de groei van plantenleven is een bodem nodig, mèt een zekere voedingstoestand, er is water nodig, lucht ook, en dat liefst ook nog in een zekere verhouding. Het zal duidelijk zijn dat een bodem die zo nat is dat er water blijft staan een andere ontwikkeling zal doormaken dan een bodem die regelmatig een bui regen krijgt maar verder vlot ontwatert en iets van het vocht kan bufferen zodat planten altijd wel wat nattigheid kunnen vinden. Ik ga hier om te beginnen even uit van een gemiddelde  bodem onder gemiddelde omstandigheden. In eerste instantie zal er een al dan niet weelderige kruidengroei te zien zijn. Het gaat dan om 1-jarige kruiden. Dat kan enkele jaren duren. Vervolgens komen er langzamerhand twee- en meerjarige kruiden in beeld, die weer iets later op hun beurt weer plaats maken voor grassen. Na dit vergrassingsstadium zien we pleksgewijs houtige gewassen, heestervormers een plekje innemen. Uiteindelijk ontstaat er, na jaren, iets wat op een bos begint te lijken. Nog véél later kun je spreken van een climaxbos. Op enkele plaatsen in Oost-Europa zijn nog hele kleine stukjes zg. Oerbos te vinden. Tropisch regenwoud is een vorm van een climax in de successie.

Op het moment dat er in een bepaalde fase door oorzaken van buitenaf iets verandert, er vindt een verstoring plaats, grijpt de ontwikkeling direkt terug naar een van de vorige fasen. Een voorbeeld: In een bos waait een boom om, waardoor een open plek ontstaat. De bodem is door het min of meer ontwortelen van de boom kaal en open. Hierin zie je direkt weer eenjarige kruiden ontkiemen. Daarna volgen dan weer de andere fasen. Op die manier kun je dus, en dat is ook de praktijk, verschillende fasen dicht bij elkaar zien.

Vaak zijn dat ook de mooiste plekken om te zien. Omdat er een overgang is tussen verschillende fasen in de beplanting zie je op zulke plekken ook de fauna die zich in of bij de verschillende fasen thuisvoelt.

Natuurlijk zijn er op deze hele gang van zaken een heleboel uitzonderingen. Het steppengebied in Rusland is zo bar en onherbergzaam dat het grasstadium daar de climaxsituatie is. In onze eigen duinen zijn plekken die vol de wind vangen en die daardoor slechts met helmgras begroeid zijn. Langs de poolcirkel maar ook bijvoorbeeld in onze Brabants/Limburgse veengebieden zijn de omstandigheden dermate extreem, koud, nat, dat een pionierssoort als berk, die eerder in de successie op andere plekken een opbouwende een rol kan spelen, daar ook gelijk de eindfase betekent.  

In de siertuin proberen we, soms krampachtig, gedeelten van de bovengenoemde fasen vast te houden. Een gazon is in beginsel niet meer dan een van de fasen, vergrassing, die in de natuurlijke successie thuishoort. Doe je lang genoeg niets aan het gazon, dan komen er in eerste instantie, de ontwikkeling doet een stapje terug, meerjarige kruiden in beeld. Vgl: madeliefjes, paardebloemen, enz. Uiteindelijk zie je heestervormers opkomen, gevolgd door boomvormers, en daar ben je weer naar een bos aan het werken. 

De Vaste Plantenborder is op haar beurt een voorbeeld van de 2- en meerjarige kruidenfase. Lang genoeg niet bijhouden betekent uiteindelijk 1-jarige kruiden en vervolgens 2-jarigen en grassen, enz.

Klaprozen, akkerkool en korenbloemen zijn 1-jarige kruiden die je bijvoorbeeld op een verse open plek in het bos kunt zien. Deze planten hebben verstoorde of geroerde grond nodig om te kiemen. Als de bodem weer tot rust komt zul je ze na enkele jaren niet meer op die plaats tegenkomen. De zaden liggen er wel en wachten rustig af.

 

 

klaprozen.

 

Direct na een volgende verstoring zullen ze weer ontkiemen. Op bouwland, dat jaarlijks bewerkt wordt voelen ze zich dus prima thuis. Ze passen perfect in de bewerkingen die een boer uitvoert op zijn akkers. Als je dus een bloemenweide met dergelijke 1-jarigen in je tuin wil, dien je jaarlijks de bodem te bewerken om de omstandigheden voor die 1-jarigen optimaal te houden. Doe je er na het eerste jaar niets meer aan, dan zul je op termijn, na enkele jaren, de volgende fase van de natuurlijke ontwikkeling zien, 2- en meerjarige kruiden, enz. Het aantal 1-jarigen neemt in een paar jaar af en uiteindelijk zie je ze dan niet meer. Tot de volgende verstoring...... 

Strikt genomen heb je met een bloemenweide dus eigenlijk nog geen natuurlijke tuin. Net als bij een gazon in de conventionele siertuin ben je ook hier bezig met het in stand houden van, ofwel vasthouden aan, één fase uit de natuurlijke successie. Een belangrijk verschil is wel dat in een dergelijke bloemenweide de mogelijkheden veel ruimer zijn voor allerlei insekten en grotere dieren als vogels en vleermuizen die van hen afhankelijk zijn. 

 

 

Naast de natuurlijke situatie is er ook nog een aantal factoren die door menselijk ingrijpen veranderen en die daarmee een verstoring veroorzaken.

Wisseling in grondwaterpeil. Bij de aanleg van nieuwe wijken wordt vaak, omdat we nu eenmaal steeds verder de polder in bouwen, tijdelijk of permanent de grondwaterstand kunstmatig verlaagd. Aanwezig groen in een betrekkelijk ruime straal om de betreffende locatie heen wordt dan geconfronteerd met een lagere grondwaterstand en ervaart dat dan ook als verstoring. Ook landbouwers die zo vroeg mogelijk in het voorjaar hun land willen bewerken hebben belang bij een lagere grondwaterstand. Mooi(?) voorbeeld in de Peel, een aantal jaren geleden. Rondom het natuurgebied de Groote Peel in de buurt van Weert/Ospel is veel landbouwgrond. Om deze grond, vooral in het vroege voorjaar, te kunnen bewerken is in een groot gebied rondom het grondwater kunstmatig verlaagd. Daarmee ook het grondwaterpeil in de Groote Peel. De toplaag die van nature altijd verzadigd was met water droogde daarmee een beetje in. Toen dan op zeker moment een veenbrand uitbrak viel het niet mee om die te blussen. Vuur in veen smeult ondergronds nog lange tijd verder.

 

terug naar boven

paddestoel-klein.JPG (3563 bytes)                 

 

 

 terug naar keuzeblad