Insecten en strenge winters.

Overleven insecten een strenge winter? De algemene gedachte is dat na een strenge winter er weinig vliegen, muggen, wespen ed zijn zodat we een zomer lang niet al teveel last van deze soms irritante beestjes hebben. Maar is dat wel zo? Lees het onderstaande artikel uit de campuskrant van de KU Leuven om een genuanceerd antwoord op deze vraag te krijgen. 



Toen we voorbije winter klappertandend stonden te wachten op een trein die maar niet kwam, hadden we één troost: bij deze vriestemperaturen vallen de insecten als, eh, vliegen. Een zoemvrije zomer zou onze zoete beloning zijn.

Voor we het flesje muggenmelk symbolisch leeggieten in de goot, gaan we voor wetenschappelijke zekerheid langs bij professor Johan Billen van het Laboratorium voor Entomologie. Om de spanning er nog even in te houden, start hij zijn uitleg bij het bloed van insecten: “Bloed is eigenlijk niet het juiste woord: het equivalent bij insecten noemen we hemolymfe. Naast het hoofdbestanddeel water bevat dat lichaamsvocht onder meer opgeloste stoffen als zouten en mineralen. Dat soepje wordt door heel het lichaam gepompt, tot in de uiteinden van de poten en de antennen.”

De samenstelling van het vocht is cruciaal bij de voorbereiding van de overwintering: insecten maken een biologisch antivries aan. Billen: “Als je aan water zout toevoegt, dan zal dat water bij een lagere temperatuur bevriezen. Iets gelijkaardigs doen insecten als de winter eraan komt: ze scheiden water af, zodat hun hemolymfe wordt ingedikt. Door de hogere concentratie van opgeloste stoffen komt het vriespunt lager te liggen. Een insect dat in normale omstandigheden bijvoorbeeld bij -5 zou bevriezen, kan daardoor een temperatuur van -15 of -20 aan. Voor een insect uit Siberië of Lapland zijn temperaturen tot -40 of lager zelfs geen probleem.”

Sociale insecten hebben nog extra methodes om zich op te warmen. Billen: “Als mieren het te koud krijgen, bijvoorbeeld, gaan ze met duizenden tegelijk beginnen wriemelen om de nesttemperatuur op te drijven – een beetje zoals wij in onze handen wrijven. Ze stellen hun eigen thermostaat in.”

Insecten zijn dus goed gewapend tegen strenge winters. Het kritieke punt, zegt Billen, ligt in het voorjaar: “Het kwakkelweer dat we dan soms hebben is het echte gevaar voor insecten. Als de temperaturen een tijdje relatief hoog liggen, krijgen ze een stimulus: ontwaak maar uit je overwintering. Dat betekent concreet dat ze het zoutgehalte in de hemolymfe weer op een normaal niveau brengen, simpelweg door water te drinken. Hun vriespunt komt daardoor weer hoger te liggen. Als de temperatuur vervolgens enkele nachten onder het nulpunt duikt, kan dat dodelijk zijn.”


 

Conclusie:

Winterkou doet insecten weinig,
maar tegen een kwakkellente hebben ze geen verweer.

 

 

 

 

terug naar keuzeblad