Een belangrijk principe is dat we met de natuur mee werken. Hierdoor zal de tuin relatief onderhoudsarm zijn. U moet hierbij denken aan:

  • De juiste planten kiezen bij bodem en klimaat.
  • Bomen en struiken voldoende groeiruimte geven zodat snoeien beperkt blijft.
  • Uitgebloeide bloemen en zaaddozen zo lang mogelijk laten staan als voedsel voor dieren en als winterbeeld voor ons. Slordige plantendelen worden wel verwijderd als een net uiterlijk gewenst is.
  • Afval zo dichtbij mogelijk verwerken, bijvoorbeeld met takkenril of composthoop.
  • Grondbedekking met natuurlijke materialen. Wanneer de bodem gezond is, zorgt het bodemleven voor een snelle vertering. Het verterende materiaal zorgt behalve voor bescherming en voeding ook voor onkruidpreventie.
  • Het laten liggen van herfstbladeren in de tuin. Hoogstens het verwijderen ervan van gras of paden. Dit zorgt voor een natuurlijke bodembedekking.
  • Kiezen voor sterke plantensoorten en rassen. Hierdoor zullen ziekten beperkt blijven.

    Onkruid bestaat niet, we spreken liever van ongewenst kruid omdat iedere plant zijn nut heeft wanneer met de juiste ogen bekeken. Toch zullen er kruiden zijn die u liever niet in uw tuin heeft. Wij gebruiken gegarandeerd geen chemische bestrijdingsmiddelen hiertegen, maar maken voornamelijk gebruik van grondbedekking en van het preventief en voornamelijk met de hand wieden van 'onkruid'. Preventief wieden zorgt ervoor dat uitzaaien en daarmee nieuw 'onkruid' voorkomen wordt. Met de hand wieden zorgt ervoor dat de grond zo min mogelijk verstoord wordt waardoor kiemen van aanwezige zaden zoveel mogelijk wordt voorkomen.

    De verzorging in een ecologische tuin bestaat vooral uit het bijsturen van de beplanting. We proberen zoveel mogelijk de natuur het werk voor ons te laten doen. Maar om te voorkomen dat uw tuin een bos of wildernis wordt, moet er wel selectief gesnoeid, gewied of gemaaid worden.

  • Openingen onderin een schutting geeft bijvoorbeeld aan egels de mogelijkheid binnen te komen.
  • Vleermuizen jagen 's nachts en zoeken overdag een schuilplaats. Hiervoor kunt een speciale vleermuiskast gebruiken die eenvoudig zelf te maken is. Deze schuilplaats moet niet in de volle zon hangen en voldoende hoog.
  • Oorwurmpotjes, eenvoudig te maken uit een oude bloempot gevuld met stro die ondersteboven opgehangen wordt in een boom of struik. Oorwurmen zoeken overdag een schuilplaats die we ze op deze wijze kunnen bieden. Zij zorgen dan voor ons onder andere voor het opruimen van luizen die ze graag eten.
  • Een nestkastje ophangen is voor broedende vogels en voor de tuinbezitter leuk maar als de vogels hun jongen kunnen voeden met kevertjes of wormen uit eigen tuin wordt het dubbel genieten.
  • Drinkbakjes voor vogels. Gebruik hier geen zout, maar eventueel suiker in om dichtvriezen te voorkomen.
  • Laat afgevallen blad zoveel mogelijk liggen in de herfst. Het verterende blad zorgt niet alleen voor voedsel, maar geeft ook bescherming aan de bodem. Het voorkomt dichtslaan van de bodem door zware regenval. Het isoleert de bodem zodat de beplanting in het voorjaar sneller kan gaan groeien en minder vatbaar is voor vorst. Het houdt het licht weg van zaden van ongewenste kruiden die anders zouden ontkiemen. Maar verder zorgt het ook voor een beschermde leefomgeving voor veel kleine insecten, waaronder veel natuurlijke opruimers die het evenwicht in de tuin in stand houden. Wist u dat slakken liever op (en onder) oude plantenresten zitten, maar als die er niet zijn bijvoorbeeld op sla- en andere plantjes afgaan.
  • Hang een houtschijf op: een ronde houten plak van een boomstam, ongeveer 3-4cm dik met daarin verschillende gaten behoord met 6-8mm doorsnede en 1-2cm diepte. Hierin zullen metselbijen hun eitjes leggen en vervolgens het gat dichtmetselen. Zorg dat de schijf uit de wind en op een zonnige plek hangt.
  • Kies als u planten met bloemen koopt altijd voor enkelvoudige bloemen. Bij de nectar van gevulde of dubbele bloemen kunnen bijen en vlinders niet komen zodat deze voor hen ook niet aantrekkelijk zijn.
  •  

  • Dieren - Door te zorgen dat er nest, broed of voedselgelegenheid is, kunt u uw tuin aantrekkelijk maken voor dieren die u graag ziet. Een bekend voorbeeld is de vlindertuin, maar ook minder bekende insecten als metselbijen zijn zeer de moeite waard. Ook doet een vogelbosje vaak wonderen.
  • Water in de vorm van vijvers of moerasjes is een onmisbaar element in een ecologische tuin.
  • Wilde tuin - In dit type tuinen wordt meer gebruik gemaakt van inheemse wilde planten, die zelf goed kunnen concurreren met andere wilde planten en onkruiden zodat dit soort tuinen relatief onderhoudsarm kunnen zijn.
  • Cultuur tuin - In deze tuinen wordt een combinatie gemaakt van strakke, 'nette' elementen en planten die nuttig zijn voor het dierenleven. Het maakt voor een vlinder niet uit of een tuin er strak uitziet.
  • Eetbare siertuin - Hierbij combineren we schoonheid met bruikbaarheid voor onszelf, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij de bloemen van de daglelies die eetbaar zijn. Uiteraard spelen fruitbomen en struiken hierin een grote rol.
  • Moestuin - Een deel van de tuin is in te richten als moestuin.
  • Rotstuin - Door gebruik te maken van rotsen en stenen is een droger milieu te creŽren waarop specifieke droogteminnende planten goed groeien.
  • Schaduwtuin - Schaduw zien we juist als een uitdaging. Wanneer we de juiste planten kiezen blijkt er in schaduwzones nog erg veel mogelijk te zijn.

     

    Uiteraard is het combineren van twee of meer van genoemde thema's nog veel leuker.

  •  terug naar keuzeblad