Groeiplaatsfactoren: Bodem.

Planten doen het het allerbest wanneer je ze dr plaatst in je tuin waar de omstandigheden het meest lijken op die in hun natuurlijke habitat. En van de groeiplaatsfactoren waar je rekening mee moet houden is de bodem. Als de bodem overeenkomt met die in hun natuurlijke habitat is dat mede bepalend voor het succes van je aanplant. Het gaat hier om bijvoorbeeld zandgrond of kleigrond.

 

Maar daarnaast is het volgende van wezenlijk belang.

Een goede bodem bestaat voor ongeveer een derde deel uit gronddeeltjes, een derde deel uit water/vocht en een derde deel uit lucht. Planten hebben deze drie delen net zo hard nodig als voedingsstoffen die ook in de bodem aanwezig zijn. Om de verhouding in de bodem op peil te houden is het van wezenlijk belang om te zorgen dat u de bodem zo natuurlijk mogelijk houdt. Dit houdt in dat blad, takjes en andere rommeltjes die van bomen of struiken komen, blijven liggen. Een goede grond wordt bedekt door deze zogenoemde strooisellaag. Een veelheid aan insecten en wormen, samen met meerdere soorten schimmels, verteren deze strooisellaag en zorgen daarmee voor bemesting van de bodem en voor een juist organische stof gehalte De activiteiten van de insecten en wormen zorgen ook dat er gangetjes in de toplaag van de bodem komen waardoor voeding, lucht en vocht erin kunnen Handelingen als schoffelen en spitten verstoren dit werk en moet je dus niet toepassen. We zijn wel gewend om het toch te doen maar het is uiteindelijk voor een goede bodemstructuur en daarmee een gezond plantenleven van belang dat er niet in de bodem gerommeld wordt.

De strooisellaag is dus van belang voor een gezond bodemleven. Schimmels, insecten en wormen zetten deze zaken om in organische stof > humus. Hierdoor kan de bodem ook vocht bufferen, vasthouden. Daarnaast voorkomt zo'n laag, die al gauw een tiental centimeters dik is, als het kan nog iets meer zelfs, ook dat de bodem door bijvoorbeeld regenval, dichtslaat. Een dichtgeslagen toplaag voorkomt dat regenwater de bodem in kan zakken waardoor het zijn weg zoekt naar het laagstgelegen punt en daar vervolgens voor plasvorming zorgt. Ook kan lucht/zuurstof dan niet meer in de bodem komen en daarmee ben je dus juist bezig het bodemleven om zeep te helpen en de groeiomstandigheden voor de planten teniet te doen.

Zeer belangrijk is het dus om rommeltjes in de tuin ten alle tijde te laten liggen en er steeds wat bij te gooien, snoeihout, fijngeknipt of verhakseld, herfstblad, grasmaaisel in niet te dikke lagen, enfin, alles wat er uit de tuin komt als groenafval kan verkleind weer teruggebracht worden. Daarmee hou je de bodem bedekt, het bodemleven aan het eten en de voedselvoorraad in de bodem op peil. Je voorkomt er onkruidgroei mee, de bodem verdampt zo maar heel weinig water zodat je in droge perioden niet direct de slang erbij hoeft te halen, de omgevingstemperatuur onder bomen en struiken is 's-zomers altijd wat lager en in de winter juist wat hoger als bij kale oppervlakken, kortom, een bedekte bodem is goud waard!

 

meer groeiplaatsfactoren: zon/schaduw, water

terug naar keuzeblad