Groeiplaatsfactoren: Zon - halfschaduw - schaduw

Groen maakt blij!

Planten doen het het allerbest wanneer je ze dr plaatst in je tuin waar de omstandigheden het meest lijken op die in hun natuurlijke habitat. En van de groeiplaatsfactoren waar je rekening mee moet houden is de bezonning, de hoeveelheid uren zon die een plant graag heeft om goed te groeien.

Wanneer je een plant koopt in het tuincentrum zit er praktisch altijd een labeltje aan, een kaartje waarop staat of de plant zon, halfschaduw- of schaduwverdragend is.

Maar wat betekent dat nu in de praktijk van uw tuin.

U gaat uit van de omstandigheden in de zomer. Dat is de periode in het jaar waarin de planten veel groei vertonen (voor- en najaar ook wel maar dat is in dit verband iets minder belangrijk) en waarin de zon het felst is.

Planten die zon nodig hebben kunnen per dag wel 5 uur zon of meer hebben. Die komen dus echt op een zonnig plekje te staan. Staat er op het etiketje halfschaduw dan is 3-5 uur volle zon per dag wel het maximum. Bij meer zon zullen ze minder goed groeien en misschien zelfs last van zonnebrand krijgen.

Schaduwplanten moeten niet meer dan 2-3 uur volle zon per dag hebben en verder schaduw om hen heen, dan floreren zij het best.

Planten die in zon n schaduw kunnen staan hebben nergens last van en die kun je dus wat de bezonning betreft naar eigen goeddunken planten.

Is er sprake van voorkeur voor lichte schaduw zet je plant dan daar waar het wel vrij licht is maar waar de zon niet direct op de plant kan schijnen, of zet zo'n plant onder een boom of struik waar het licht gefilterd is.

In grotere tuinen wordt door ontwerpers soms gewerkt met zogenaamde zichtlijnen. Vanaf het punt waar je het vaakst verblijft, veelal de woning of het terras, zijn er zichtlijnen waarlangs je heel de tuin kunt overzien. Een mooi idee, het geeft je een gevoel van rijkdom en tevens een gevoel van ruimte.

In de Permacultuurgedachte is het uitgangspunt wezenlijk anders.

In een Permacultuurtuin ga je uit van de zonlijnen. De zon moet overal zoveel mogelijk haar warmte en licht kunnen brengen en deze lijnen kunnen haaks staan op de zichtlijnen in een conventioneel ontwerp. Een kwestie van keuzes maken. Maar eenmaal gekozen voor een Permacultuurtuin laat je het zichtlijnenidee los en baseer je je zoveel mogelijk op de zon.

Dat wil dan zeggen dat hogere bomen aan de noordzijde komen, daarvoor, of eronder ook, een struikenlaag en daar weer voor of onder, een kruidenlaag, en een wortellaag. Overigens ook hier net als bij het bodemverhaal een strooisellaag. De opbouw op deze manier garandeert dat de zon overal bij kan. Een zichtlijn kn soms toevallig samenvallen met deze opbouw, dat is dan mooi meegenomen, maar de zonlijn is dus steeds bepalend. 

 

meer groeiplaatsfactoren: bodem, water

terug naar keuzeblad